nl | de | fr
  |  Inloggen
Paritair Comité 111 - Arbeiders
Fonds voor Bestaanszekerheid van de Metaalverwerkende Nijverheid (FBZMN)
Fonds de Sécurité D'Existence des Fabrications Métalliques (FSEFM)
Existenzsicherungsfonds der Metallverarbeitenden Industrie (ESFMI)

Bijzondere werkgeversbijdragen en inhoudingen RSZ vanaf 01.04.2010

Ingevolge het K.B. van 29.03.2010 – B.S. 31.03.2010 – tot uitvoering van het hoofdstuk 6 van Titel XI van de wet van 27.12.2006 inzake de harmonisering van de bijdragen op de aanvullende vergoedingen bij WERKLOOSHEID MET BEDRIJFSTOESLAG (= SWT), verder steeds “DECAVA” genoemd, dient vanaf 01.04.2010 volgende werkwijze toegepast te worden voor het aangeven en betalen van de bijzondere werkgeversbijdragen, voorzien in de programmawetten van 22.12.1989 (aan RVP) en 29.12.1990 (aan RSZ) enerzijds en voor wat betreft de inhoudingen op de aanvullende vergoedingen en de werkloosheidsuitkeringen anderzijds.


LET OP! Vanaf 01.04.2010 moet deze bijzondere werkgeversbijdrage alleen en uitsluitend aangegeven en betaald worden aan de RSZ.

Wij geven u hierbij de werkwijze zoals ze vanaf 01.04.2010 van toepassing is voor wat betreft de

• BIJZONDERE WERKGEVERSBIJDRAGE
Voor de ondernemingen die vallen onder het toepassingsgebied van het PC111, gelden vanaf 01.04.2010 volgende regels, dewelke door de ondernemingen strikt dienen opgevolgd en toegepast te worden.

  • Conform de statuten van het FBZMN blijven de bijzondere werkgeversbijdragen RVP/RSZ in het PC111, voor alle dossiers Werkloosheid met Bedrijfstoeslag die ingegaan zijn vanaf 01.07.2007 en uiterlijk ingaan op 31.12.2014, ten laste van het FBZMN, tot een maximum van € 75,00 per maand en dit vanaf de leeftijd van
    • 58 jaar voor alle gevallen waarbij de opzeg betekend werd vanaf 01.07.2009.
    • 57 jaar voor die dossiers waarbij de opzeg betekend werd voor 01.07.2009.        
    • Voor de dossiers werkloosheid met bedrijfstoeslag vanaf 56 jaar met een beroepsverleden van 40 jaar, is de tussenkomst van het FBZMN reeds voorzien vanaf 58 jaar. 
  • Opgelet! Voor alle dossiers werkloosheid met bedrijfstoeslag die een ingang hebben voor 01.07.2007 wordt de tussenkomst van het FBZMN beperkt tot het bedrag van de forfaitaire bijzondere werkgeversbijdrage die voor 01.07.2007 op deze werklozen met bedrijfstoeslag verschuldigd was.
  • Opgelet! Cfr de CAO dd 21.09.2015 is er voor nieuwe dossiers vanaf 01.01.2016 géén tussenkomst meer van het FBZMN.
  • Concreet betekent dit:
    • Voor de “gewone” dossiers Werkloosheid met Bedrijfstoeslag:
      • 60 jaar of ouder op eerste SWT dag -> € 24,79
      • < 60 jaar op eerste SWT dag -> € 74,38
      • < 60 jaar op eerste SWT dag en laatste brutoloon < referteloon -> € 49,59
    • Voor de dossiers Werkloosheid met Bedrijfstoeslag “herstructurering” bij aanvang werkloosheid:
      • < 52 jaar op eerste SWT dag -> € 136,35
      • 52 t.e.m. 56 jaar op eerste SWT dag -> € 99,17
      • 57 t.e.m. 59 jaar op eerste SWT dag -> € 74,38
      • < 52 jaar t.e.m. 59 jaar op eerste SWT dag + laatste brutoloon < referteloon -> € 49,59
      • 60 jaar of ouder op eerste SWT dag -> € 24,79
    • Voor de dossiers werkloosheid met bedrijfstoeslag “in moeilijkheden” bij aanvang werkloosheid:
      • Geldig voor de periode van erkenning
        • 60 jaar of ouder -> € 0,00
        • < 60 jaar -> € 6,20
      • Eerste jaar na de periode van erkenning
        • 60 jaar of ouder -> € 24,79
        • < 60 jaar -> € 49,59
      • Vanaf tweede jaar na de periode van erkenning
        • Zie bedragen “gewone” dossiers
    • Voor de dossiers werkloosheid met bedrijfstoeslag “in moeilijkheden” niet bij aanvang werkloosheid met bedrijfstoeslag, maar nadien:
      • Geldig voor de periode van erkenning
        • 60 jaar of ouder -> € 24,79
        • < 60 jaar -> € 55,78
      • Vanaf einde van de periode van erkenning
        • Zie bedragen “gewone” dossiers
  • We herhalen dat vanaf 01.04.2010 de bijzondere werkgeversbijdragen voor RVP en RSZ samen aangegeven en betaald dienen te worden aan RSZ.
  • Eveneens vanaf 01.04.2010 worden deze bijzondere werkgeversbijdragen een percentage, berekend op de totale aanvullende vergoeding waarop de werkloze met bedrijfstoeslag recht heeft, met een voorzien minimum bedrag. 
  • Deze minima bedragen zijn:
    • tot 60 jaar (RVP € 6,20 en RSZ € 18,80), samen € 25,00 te betalen aan RSZ
    • vanaf 60 jaar (RVP € 0,00 en RSZ € 18,80), samen € 18,80 te betalen aan RSZ
  • Daar DECAVA voorziet dat de belangrijkste debiteur de aangifte en de betaling dient te doen, werd binnen het PC111 een CAO ondertekend en werd door het FBZMN met de RSZ een regeling getroffen, teneinde een administratief zo eenvoudig en duidelijk mogelijke werkwijze te hanteren.
  • Werkloze met bedrijfstoeslag is JONGER dan de leeftijd waarop de tussenkomst van het FBZMN in voege gaat: -> De werkgever doet zowel de aangifte als de betaling tegenover RSZ volledig zelf, tot wanneer de werkloze met bedrijfstoeslag de leeftijd bereikt heeft waarbij het FBZMN tussen beide komt in de vergoeding aan de betrokken arbeid(st)er (58, 57 jaar, naargelang de situatie – zie eerder). Deze regel was ook van toepassing in de werkwijze tot en met 31.03.2010.
  • Werkloze met bedrijfstoeslag bereikt de leeftijd waarop de tussenkomst van het FBZMN in voege gaat: -> Vanaf 01.04.2010 doet het FBZMN voor elke werkloze met bedrijfstoeslag die voornoemde leeftijd bereikt heeft en waarvan de werkloosheid met bedrijfstoeslag ingaat ten laatste op 30.06.2013 de berekening van de aan de RSZ aan te geven en te betalen bijzondere werkgeversbijdragen.

• AANVANG WERKLOOSHEID MET BEDRIJFSTOESLAG 01.07.2007 EN LATER

  • De berekening is LAGER of GELIJK AAN € 75,00
    • Het FBZMN doet de aangifte aan de RSZ en betaalt de berekende bijdrage aan de RSZ.
    • In dit geval wordt van de werkgever GEEN TUSSENKOMST verwacht.

Het FBZMN is in dit geval verantwoordelijk voor de tijdigheid van aangifte en betaling, op basis van de door de werkgever verstrekte informatie. Indien de werkgever de nodige informatie niet of laattijdig of verkeerd aan het FBZMN bezorgt, zal de werkgever hiervoor aansprakelijk gesteld worden.

  • De berekening is HOGER DAN € 75,00
    • Het FBZMN stuurt uiterlijk de 8ste van de maand, volgend op elk kwartaal het formulier/bestand FM25-S aan de werkgever (indien werkgever aangesloten is bij een sociaal secretariaat wordt het formulier FM25-S uiterlijk de 20ste van de maand, volgend op elk kwartaal, aan het sociaal secretariaat bezorgd), waarop volgende gegevens vermeld worden:
      • De gegevens over de werkloze met bedrijfstoeslag (rijksregisternummer/naam+voornaam)
      • Het kwartaal waarover de aangifte aan de RSZ gaat
      • De basis van berekening (info ontvangen via werkgever)
      • De volledige berekening over dit bedoelde kwartaal
      • Het door de werkgever aan de RSZ verschuldigde bedrag (= hoger dan € 75,00)
      • De datum waarop de aangifte en de betaling door de werkgever aan de RSZ UITERLIJK dient te gebeuren

In dit geval dient de volledige aangifte aan de RSZ en de betaling van het verschuldigde bedrag, eveneens aan de RSZ, volledig door de werkgever te gebeuren.

De werkgever is dan ook verantwoordelijk voor de tijdigheid van aangifte en betaling.

Het FBZMN zal het bedrag van € 75,00 (of het bedrag zoals statutair vastgelegd binnen het FBZMN) als zijnde haar statutaire tussenkomst, rechtstreeks aan de werkgever storten.

In beide gevallen ligt de verantwoordelijkheid bij de werkgever aangaande het tijdig en correct inlichten van het FBZMN inzake:
  • De aanvullende bruto vergoeding, zowel legaal als (eventueel) extra legaal
  • (mogelijke) werkhervatting in het betreffende kwartaal
  • (mogelijke) vakantiedagen in het betreffende kwartaal
  • Eventuele wijziging in gezinstoestand tijdens het betreffende kwartaal
  • Eventueel datum van overlijden tijdens het betreffende kwartaal

• AANVANG WERKLOOSHEID MET BEDRIJFSTOESLAG VOOR 01.07.2007

  • Voor alle dossiers waarbij de WERKLOOSHEID MET BEDRIJFSTOESLAG een aanvang nam voor 01.07.2007 geldt hetzelfde principe als voor de dossiers met een begindatum vanaf 01.07.2007 of later, maar wordt het bedrag van € 75,00 aangepast aan het door het FBZMN statutair ten laste te nemen bedrag voor dat dossier.
  • Voor de bedragen verwijzen wij naar de aard van het dossier werkloosheid met bedrijfstoeslag, zijnde
    • Gewoon dossier werkloosheid met bedrijfstoeslag
    • Dossier werkloosheid met bedrijfstoeslag “herstructurering”
    • Dossier werkloosheid met bedrijfstoeslag “moeilijkheden”
  • Ter verduidelijking hierbij enkele voorbeelden SWT telkens aanvang VOOR 01.07.2007:
    • Gewoon dossier SWT – werkloze = 62 jaar op 1e SWT dag 
       -> Begrensd bedrag tussenkomst FBZMN = € 24,79 (in plaats van € 75,00)
    • Gewoon dossier SWT – werkloze = 56 jaar op 1e SWT dag, maar laatste brutoloon < referteloon 
       -> Begrensd bedrag tussenkomst FBZMN = € 49,59 (in plaats van € 75,00)
    • Herstructurering - werkloze = 51 jaar op 1e SWT dag 
      -> Begrensd bedrag tussenkomst FBZMN = € 136,35 (in plaats van € 75,00)
    • Herstructurering - werkloze = 55 jaar op 1e SWT dag
      -> Begrensd bedrag tussenkomst FBZMN = € 99,17 (in plaats van € 75,00)
    • Herstructurering - werkloze = 56 jaar op 1e SWT dag, maar laatste brutoloon < referteloon
      -> Begrensd bedrag tussenkomst FBZMN = € 49,59 (in plaats van € 75,00

Hierna geven we een overzicht van de toe te passen percentages en de voorwaarden:

  • Voor de dossiers waarbij
    • de opzeg voor de werkloosheid met bedrijfstoeslag betekend werd tot 15.10.2009
    • of het brugpensioen (nu genoemd werkloosheid met bedrijfstoeslag) een aanvang nam voor 01.04.2010
    • of voor de ondernemingen in herstructurering, erkend voor 15.10.2009
    • of waarbij het collectief ontslag aangekondigd werd voor 15.10.2009
    • of voor de ondernemingen in moeilijkheden erkend voor 15.10.2009

bedraagt het effectief te betalen percentage op de aanvullende vergoeding:

  • Jonger dan 52 jaar = 30%
  • 52 tot en met 54 jaar = 24%
  • 55 tot en met 57 jaar = 18%
  • 58 en 59 jaar = 12%
  • 60 tot en met 65 jaar = 6%
  • Dit systeem is degressief, met andere woorden, het percentage wijzigt mee met de leeftijd van de werkloze met bedrijfstoeslag.
We geven hierbij een schematisch overzicht met vermelding van de nieuwe percentages vanaf 01.04.2012.

Let op! De percentages vanaf 01.04.2012 zijn onder voorbehoud van definitieve beslissing.

Leeftijd

Bestaande dossiers met start voor 01.04.2010

Evolueert met verouderen 

 

 voor 01.04.2012

vanaf 01.04.2012 

 51 jaar

 30 %

31,80 %

 52 jaar

 24 %

25,44 %

 53 jaar

 24 %

25,44 %

 54 jaar

 24 %

25,44 %

55 jaar

 18 %

19,08 %

56 jaar

 18 %

19,08 %

 57 jaar

 18 %

19,08 %

 58 jaar

 12 %

12,72 %

 59 jaar

 12 %

12,72 %

 vanaf 60 jaar

 6 %

6,36 %


Na de periode van erkenning in de categorieën “onderneming in moeilijkheden” en “onderneming in herstructurering” worden de werklozen met bedrijfstoeslag opnieuw onder de “normale SWT” geplaatst en wordt de leeftijd die de werkloze bereikt heeft op het einde van de erkenning bepalend voor het te gebruiken percentage.

  • Voor de dossiers waarbij
    • de opzeg voor de werkloosheid met bedrijfstoeslag betekend werd na 15.10.2009
    • en de werkloosheid met bedrijfstoeslag een aanvang nam vanaf 01.04.2010 of later 

bedraagt het effectief te betalen percentage op de aanvullende vergoeding:

Leeftijd

Bestaande dossiers vanaf 01.04.2010

Basis = vertrekleeftijd

 

voor 01.04.2012

vanaf 01.04.2012

51 jaar

50 %

53,00 %

52 jaar

40 %

42,40 %

53 jaar

40 %

42,40 %

54 jaar

40 %

42,40 %

55 jaar

30 %

31,80 %

56 jaar

30 %

31,80 %

57 jaar

30 %

31,80 %

58 jaar

20 %

21,20 %

59 jaar

20 %

21,20 %

vanaf 60 jaar

10 %

10,60 %


Dit systeem is niet degressief, met andere woorden, het percentage wordt bepaald bij de aanvang van de werkloosheid met bedrijfstoeslag en wijzigt niet mee met de leeftijd van de werkloze.

Vanaf 01.04.2012 gelden volgende percentages als bijzondere werkgeversbijdragen in geval van werkloosheid met bedrijfstoeslag:

Leeftijd

Nieuwe dossiers vanaf 01.04.2012

Basis = vertrekleeftijd

 

vanaf 01.04.2012

51 jaar

100 %

52 jaar

95 %

53 jaar

95 %

54 jaar

95 %

55 jaar

50 %

56 jaar

50 %

57 jaar

50 %

58 jaar

50 %

59 jaar

50 %

vanaf 60 jaar

25 %

• ONVOLLEDIGE MAAND(EN)

  • Het betreft hier volgende mogelijke situaties:
    • WERKHERVATTING: zowel de aanvang als de stopzetting in de loop van een kalendermaand
    • AANVANG: van de werkloosheid met bedrijfstoeslag in de loop van een maand
    • Opnemen van VAKANTIEDAGEN gedekt door vakantiegeld -> mogelijk in het eerste jaar van de werkloosheid met bedrijfstoeslag
    • Verandering van DEBITEUR in de loop van een maand.
  • Berekening bij onvolledige maand:
    • Te vertrekken vanaf het aantal werkdagen (5 dagenstelsel) in de maand
    • Aantal niet vergoedbare dagen (gepresteerde dagen – vakantiedagen - …)
    • Aantal vergoedbare dagen = Werkdagen – niet vergoedbare dagen (5 dagenstelsel)
    • Omzetten naar 6 dagenstelsel (volledige maand = steeds 26)
    • Vergoedbare dagen X 26/werkdagen = vergoedbare dagen 6 dagenstelsel (R6)
    • Bijdrage = Gewone maandbijdrage X vergoedbare dagen R6/26
  • We geven een VOORBEELD:
    • Maand JUNI 2012 = 21 dagen in het 5 dagenstelsel
    • Aantal niet vergoedbare dagen = 18
    • Aantal vergoedbare dagen -> 21 – 18 = 3 (5 dagenstelsel)
    • Omzetten naar 6 d. stelsel -> 3 X 26/21 = 3,71 -> afronding = 4
    • Bijdrage = gewone maandbijdrage X 4/26

• KAPITALISATIE

  • VOLLEDIGE KAPITALISATIE
    Indien de aanvullende vergoeding in één keer wordt betaald
  • GEDEELTELIJKE KAPITALISATIE
    • Indien de aanvullende vergoeding in enkele keren wordt betaald
    • Indien de aanvullende vergoeding niet maandelijks en/of niet tot aan de pensioenleeftijd wordt uitbetaald
    • Indien de debiteur zijn verplichtingen wil afsluiten (kapitaliseert zijn deel)
  • AANTAL MAANDEN GEDEKT DOOR BIJDRAGEN
    • Volledige kapitalisatie
      • Aantal maanden tot aan het pensioen
    • Gedeeltelijke kapitalisatie
      • Aantal maanden tot aan het pensioen/aantal betalingen X aantal stortingen in de loop van het kwartaal.
  • DE AANGIFTE EN BETALING VOOR HET GEKAPITALISEERDE GEDEELTE DIENT STEEDS DOOR DE WERKGEVER ZELF TE GEBEUREN!!!
  • VOOR DE BEREKENING IN GEVAL VAN KAPITALISATIE, VERWIJZEN WE DAN OOK NAAR DE RICHTLIJNEN VAN DE RSZ.

ALGEMENE CONCLUSIE

WAT STAAT DE WERKGEVER IN HET PC111 TE DOEN IN HET KADER VAN DECAVA
  • De werkgever moet de AANVULLENDE VERGOEDING melden aan het FBZMN (FM25WE).
  • De werkgever moet het FBZMN ook op de hoogte houden in geval van WERKHERVATTING – UITPUTTEN VAKANTIEDAGEN – OVERLIJDEN – WIJZIGING GEZINSTOESTAND – ANDERE MOGELIJK VAN BELANG ZIJNDE GEBEURTENISSEN.
  • De werkgever staat in voor de volledige aangifte en betaling aan de RSZ voor alle gevallen waarbij het FBZMN nog niet tussenbeide komt, m.a.w. zo lang de werkloze met bedrijfstoeslag jonger is dan de voorziene leeftijd voor de betaling van de tussenkomst aan de werkloze met bedrijfstoeslag (zie voorwaarden in deze onderrichting) door het FBZMN.
  • Van zodra de werkloze met bedrijfstoeslag de leeftijd voor tussenkomst van het FBZMN wel bereikt heeft en indien de werkgever van het FBZMN een formulier/bestand FM25–S ontvangt, moet de werkgever de aangifte en de betaling aan de RSZ voor de uiterste datum, vermeld op voornoemd formulier/bestand, uitvoeren.
  • Aangifte en betaling aan de RSZ van het berekende bedrag op het (eventueel) gekapitaliseerde gedeelte.
BELANGRIJK:
De werkgever zal door de RSZ aansprakelijk gesteld worden voor alle verhogingen, boetes, interesten omwille van:
  • Het aan de RSZ niet aangeven en/of niet betalen van de werkgeversbijdragen voor die dossiers werkloosheid met bedrijfstoeslag, waarbij het FBZMN nog niet tussenbeide komt (leeftijd jonger dan statutair voorzien bij het FBZMN).
  • Opgave van foutieve gegevens (bijv. verkeerde aanvullende vergoeding) aan het FBZMN.
  • Het niet of onvolledig of laattijdig doorgeven van noodzakelijke informatie aan het FBZMN.
  • Het niet of onvolledig of laattijdig aangeven en/of betalen aan de RSZ van het door het FBZMN gemelde bedrag met het formulier/bestand FM25-S.
  • Het niet of onvolledig of laattijdig aangeven en/of betalen aan de RSZ van het berekende bedrag op het gekapitaliseerde gedeelte.

Het Fonds voor Bestaanszekerheid van de Metaalverwerkende Nijverheid zal in voornoemde gevallen nooit aansprakelijk kunnen gesteld worden!

• INHOUDINGEN - WERKNEMERSBIJDRAGE
Er dient door de voornaamste debiteur van de aanvullende vergoeding een inhouding te gebeuren van 6,5% op de totaliteit van de werkloosheid met bedrijfstoeslag, zijnde de optelling van de werkloosheidsuitkeringen enerzijds en alle aanvullende vergoedingen anderzijds.

Verder dient met de gezinstoestand van de werkloze met bedrijfstoeslag rekening gehouden te worden, alsook met de hierbij geldende grensbedragen.

De werkgevers zullen dan ook aan het FBZMN voor elke werkloze met bedrijfstoeslag van het PC111, vanaf de leeftijd dat het recht op de aanvullende vergoeding van het FBZMN aan de werkloze met bedrijfstoeslag (€ 78,54 voltijds of € 39,27 deeltijds) van toepassing is, de werkloosheidsuitkering moeten mededelen, alsook de gezinstoestand van de werkloze met bedrijfstoeslag.

Verder dient de werkgever elke wijziging in zowel de werkloosheidsuitkering als in de gezinstoestand van de werkloze met bedrijfstoeslag onmiddellijk aan het FBZMN mede te delen.

Let op! Ook de werkhervattingen van de werkloze met bedrijfstoeslag, de opgenomen vakantiedagen en de eventuele datum van overlijden van de werkloze met bedrijfstoeslag moeten door de werkgever aan het FBZMN gemeld worden (zie eerder in deze brochure).

VOORNAAMSTE DEBITEUR:
Zo lang de werkloze met bedrijfstoeslag de leeftijd vanaf wanneer de tussenkomst van het FBZMN van toepassing is, nog niet bereikt heeft, is de werkgever zelf vanzelfsprekend de enige en dus voornaamste debiteur en dient hij zelf in te staan voor de voornoemde inhouding van 6,5% en voor de aangifte en de doorstorting er van aan de RSZ.

Vanaf wanneer de leeftijd bereikt is dat het FBZMN tussen komt in de aanvullende vergoeding, betekent dit voor de arbeid(st)ers en de werkgevers in het PC111, dat als voornaamste debiteur moet worden aanzien: 

  • DE WERKGEVER die betrokkene in werkloosheid met bedrijfstoeslag heeft geplaatst, indien de totaliteit van de aanvullende vergoeding van de werkloze met bedrijfstoeslag GROTER is dan € 157,08 voor een dossier werkloosheid met bedrijfstoeslag na VOLTIJDSE TEWERKSTELLING (en waar de tussenkomst van het FBZMN € 78,54 bedraagt) of GROTER is dan € 78,54 voor een dossier werkloosheid met bedrijfstoeslag na DEELTIJDSE TEWERKSTELLING (en waar de tussenkomst van het FBZMN € 39,27 bedraagt). 
  • HET FBZMN indien de totaliteit van de aanvullende vergoeding van de werkloze met bedrijfstoeslag KLEINER of GELIJK AAN € 157,08 is voor een dossier werkloosheid met bedrijfstoeslag na VOLTIJDSE TEWERKSTELLING (en waar de tussenkomst van het FBZMN € 78,54 bedraagt) of KLEINER of GELIJK is AAN € 78,54 voor een dossier werkloosheid met bedrijfstoeslag na DEELTIJDSE TEWERKSTELLING (en waar de tussenkomst van het FBZMN € 39,27 bedraagt).

WERKWIJZE:

  • Indien de werkgever de voornaamste debiteur is, dient het FBZMN niets te ondernemen.
    De inhouding, de aangifte en de betaling aan de RSZ is de volledige verantwoordelijkheid van de werkgever die de werkloze met bedrijfstoeslag heeft ontslagen.
  • Indien het FBZMN echter de voornaamste debiteur is, zal het FBZMN instaan voor de inhouding, de aangifte en de betaling aan de RSZ. Het FBZMN heeft hiervoor een werkwijze afgesproken met de uitbetalingsinstellingen die instaan voor de uitbetaling van de aanvullende vergoedingen van het FBZMN.
  • Voor eventuele vragen of bijkomende informatie kunnen de werkgevers en de sociaal secretariaten terecht bij het Nationaal Secretariaat van het FBZMN, dienst “Ouderen”, Ravenstein Galerij 27 bus 7, 1000 Brussel.
    • Dienst Ouderen: 02 504 97 63/98