nl | de | fr
  |  Inloggen
Paritair Comité 111 - Arbeiders
Fonds voor Bestaanszekerheid van de Metaalverwerkende Nijverheid (FBZMN)
Fonds de Sécurité D'Existence des Fabrications Métalliques (FSEFM)
Existenzsicherungsfonds der Metallverarbeitenden Industrie (ESFMI)

Jeugdvakantie-uitkering.

Niet meer van toepassing vanaf 01/01/2017

Bovendien wordt aan jongeren (schoolverlaters), in het kader van het aanvullend vakantiegeld aan pas afgestudeerde arbeid(st)ers, dat door de RVA ten laste wordt genomen (C103-jeugdvakantie), een aanvullende vergoeding van het FBZMN betaald conform de aanvullende vergoeding bij tijdelijke werkloosheid, dit wil zeggen:

  • € 11,00 per volledige jeugdvakantiedag
  • € 5,50 per halve jeugdvakantiedag

(bedragen geldig vanaf 01/10/2011)

Volgende voorwaarden moeten voldaan zijn:

  • minimum één maand tewerkstelling in een onderneming, in het vakantiedienstjaar, zijnde het kalenderjaar waarin betrokkene zijn studies heeft beëindigd of stopgezet. Deze tewerkstelling moet niet verplicht in een onderneming van het PC111 geweest zijn.
  • op het moment van het opnemen van de jeugdvakantie uitkering (na uitputten van de periode van de wettelijk betaalde vakantie) in dienst zijn van een werkgever die ressorteert onder het PC111 (al dan niet dezelfde als deze waar hij/zij in dienst was in het vakantiedienstjaar).

Hiervoor wordt een bijzondere kaart van rechthebbende FM01/VJ (Vakantie Jongeren) afgeleverd waarmee maximum 22 dagen (vergoedingen) in het zesdagen stelsel (volgens de RVA formule P X 6: Q) kunnen betaald worden en dit binnen hetzelfde kalenderjaar waarin de eerste voorziene dag van de jeugdvakantie periode valt, zijnde het kalenderjaar volgend op het vakantiedienstjaar.

De werkgever vraagt de kaart FM01/VJ aan, hetzij online, hetzij met het formulier FMDT bij het Nationaal Secretariaat van het FBZMN. In het laatste geval brengt hij duidelijk de vermelding «jeugdvakantie» aan en voegt een bewijs toe waaruit blijkt wanneer betrokkene de school verlaten heeft en welke periode van tewerkstelling er geweest is na de studies van de arbeid(st)er tijdens het vakantiedienstjaar, zijnde het kalenderjaar van het verlaten van de school.

Volgende bewijzen kunnen hiervoor toegevoegd worden:

  • kopie van C103 jeugdvakantie (werkgever + werknemer)
  • school- en tewerkstellingsattest
  • verklaring op eer van de arbeid(st)er
  • elke andere verklaring van welke instantie dan ook, waaruit de gevraagde gegevens met zekerheid blijken.

De kaart van de rechthebbende FM01/VJ wordt uitgegeven door het Nationaal Secretariaat, steeds met BEGIN GELDIGHEID van de kaart de eerste dag van de maand waarin de eerste door de RVA vergoede jeugdvakantiedag valt, voor zo ver de betrokkene op dat moment vanzelfsprekend reeds in dienst is in de onderneming.

Nadat het Nationaal Secretariaat van het FBZMN de kaart heeft uitgegeven en aan de werkgever heeft toegezonden, en de werkgever ze op zijn beurt heeft overgemaakt aan de jongere rechthebbende, kan tot de uitbetaling van de aanvullende vergoeding «jeugdvakantie uitkering» overgegaan worden door de Syndicale Uitbetalingsinstelling van zijn/haar keuze (voor de niet gesyndiceerden wordt deze betaling door de ISD van het FBZMN zelf gedaan).

De betaling gebeurt per periode van jeugdvakantie, m.a.w. per formulier C103-jeugdvakantie, met een maximum totaal op jaarbasis van het aantal vermelde dagen op de kaart FM01/VJ (maximum 22 dagen) en op voorwaarde dat er voor elke aanvullende vergoeding van het FBZMN eveneens een uitkering «jeugdvakantie», conform de reglementering van de RVA, tegenover staat.

De kaart FM01/VJ kan in principe slechts éénmaal per arbeid(st)er worden uitgegeven (in het jaar na het verlaten van de school) tenzij de arbeid(st)er in dat jaar twee (of meerdere) werkgevers in het PC111 heeft en hij/zij bij die verschillende werkgevers jeugdvakantie dagen op neemt.