nl | de | fr
  |  Inloggen
Paritair Comité 111 - Arbeiders
Fonds voor Bestaanszekerheid van de Metaalverwerkende Nijverheid (FBZMN)
Fonds de Sécurité D'Existence des Fabrications Métalliques (FSEFM)
Existenzsicherungsfonds der Metallverarbeitenden Industrie (ESFMI)

Rechthebbenden en voorwaarden

De arbeid(st)ers van 50 jaar en ouder, die in de periode van 01.04.2001 t.e.m. 31.12.2018 ziek worden en dit nog steeds zijn op de leeftijd van 57 jaar, hebben recht op de aanvullende vergoeding, en dit:

  • vanaf de leeftijd van 57 jaar en tot en met de maand waarin betrokkene de pensioenleeftijd heeft bereikt
  • op voorwaarde dat de betrokkene officiële ziekte-uitkeringen ontvangt
  • een anciënniteit van minimum 15 kalenderdagen kan bewijzen in de onderneming die hem/haar op het moment van de aanvang van de ziekte tewerkstelde
  • en na uitputting van het krediet van 14 maanden in de sector «ziekte» (FM04/FM44)

Let wel: dit krediet kan reeds uitgeput zijn vóór de leeftijd van 57 jaar.

De arbeid(st)ers van minstens 57 jaar, die ziek worden terwijl zij tewerkgesteld zijn in een regime van een voltijdse of deeltijdse dienstbetrekking hebben eveneens recht als ze voldoen aan de volgende voorwaarden: 

  • Gebonden zijn, op de eerste dag van de ziekte, door een arbeidsovereenkomst aan een werkgever die afhangt van het PC111 en dit gedurende minstens 15 kalenderdagen.
  • De officiële vergoedingen genieten van de ziekte- en invaliditeitsverzekering.

We moeten een onderscheid maken tussen drie mogelijke situaties:

A. Arbeid(st)er is reeds 57 jaar op de eerste werkelijk door de mutualiteit betaalde ziektedag. 
B. Arbeid(st)er is geen 57 jaar op de eerste werkelijk betaalde ziektedag door de mutualiteit, maar wordt dat wel gedurende de uitputting van de elf forfaitaire maandvergoedingen bij langdurige ziekte. 
C. Arbeid(st)er is 50 jaar of meer, maar jonger dan 57 jaar op de eerste werkelijk betaalde ziektedag door de mutualiteit.

We beschrijven hiernavolgend de verschillende situaties:

A. Arbeid(st)er is reeds 57 jaar op de eerste werkelijk door de mutualiteit betaalde ziektedag.

Na de periode van het gewaarborgd loon, zijnde 30 kalenderdagen heeft betrokken arbeid(st)er onmiddellijk recht op de aanvullende forfaitaire maandvergoeding in de sector «oudere zieken» van € 89,25 voor een voltijdse tewerkstelling of € 44,63 voor een deeltijdse tewerkstelling. Dit recht gaat normaal in voege vanaf de maand waarin de eerste ziektedag, effectief uitgekeerd door de mutualiteit, valt (dus na gewaarborgd loon).

Er moet wel rekening mee gehouden worden dat het recht ten vroegste kan ingaan vanaf de maand volgend op de maand waarin de eerste effectieve ziektedag (= eerste dag van het gewaarborgd loon) valt.

Het recht blijft geldig zolang de betrokkene ziek blijft en maximum tot en met de maand waarin de betrokken arbeid(st)er de pensioenleeftijd heeft bereikt.

B. Arbeid(st)er is geen 57 jaar op de eerste werkelijk betaalde ziektedag door de mutualiteit, maar wordt dat wel gedurende de uitputting van de veertien forfaitaire maandvergoedingen bij langdurige ziekte.

Betrokken arbeid(st)er heeft recht op de aanvullende forfaitaire maandvergoeding van € 89,25 voltijds of € 44,63 deeltijds in het kader van de langdurige ziekte (FM04/FM44) en dit onder de voorwaarden zoals beschreven in deze onderrichting, hoofdstuk «Ziekte». In de loop van de maand waarin de arbeid(st)er de leeftijd van 57 jaar bereikt, wordt door de bevoegde dienst van het Nationaal Secretariaat van het FBZMN een notitie in het bestand opgenomen, opdat betrokkene onmiddellijk na het verstrijken van de 14 maandvergoedingen met de kaart FM04/FM44, de vergoedingen in de sector «oudere zieken» zou kunnen ontvangen. Het recht wordt in dit geval dus geopend vanaf de maand volgend op de maand waarin de 14de vergoeding met de kaart FM04/FM44 werd betaald, en blijft geldig zolang betrokkene ziek blijft en maximum tot en met de maand waarin betrokken arbeid(st)er de pensioenleeftijd heeft bereikt.

C. Arbeid(st)er is 50 jaar of meer, maar jonger dan 57 jaar op de eerste werkelijk betaalde ziektedag door de mutualiteit.

De betrokken arbeid(st)er heeft recht op de aanvullende vergoedingen in het kader van de ziekte, zoals beschreven in het hoofdstuk «Ziekte», van deze onderrichtingen. Wanneer deze arbeid(st)er bovendien ononderbroken ziek gebleven is tot de leeftijd van 57 jaar en de volledige 14 maanden aanvullende ziektevergoeding reeds heeft uitgeput voor deze leeftijd, heeft hij/zij eveneens recht op de aanvullende forfaitaire maandvergoeding in de sector «oudere zieken» van € 89,25 voor een voltijdse tewerkstelling of € 44,63 voor een deeltijdse tewerkstelling vanaf de leeftijd van 57 jaar. Het recht blijft geldig zolang betrokkene ziek blijft en maximum tot en met de maand waarin de betrokken arbeid(st)er de pensioenleeftijd heeft bereikt.